povoprojectgroep2

 

 

 

 

 

Visie POVO

Vanuit het gedachtengoed van Simon Sinek (Why, How, What) hebben bestuurlijk platform en projectgroep gezamenlijk een visie geformuleerd.

Strategisch niveau: Wat is onze gezamenlijke visie?
Optimaal onderwijs met voldoende diversiteit in de leeftijdscategorie van 4-18 jaar door bewust met elkaar de dialoog aan te gaan en belemmerende factoren te elimineren.
Hiermee bedoelen we de dialoog tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs inzake onderwijskundige ontwikkelingen. Het spreken over onderwijs zorgt voor verbinding en aansluiting, van daaruit kunnen dan concrete afspraken gemaakt worden. Vanuit een open houding willen we leren van elkaar, omdat we goed onderwijs in de Noordoostpolder en op Urk voor ogen hebben. Goed onderwijs met een zo breed mogelijk spectrum aan mogelijkheden waarvoor opgeleid kan worden.

Van hieruit kunnen we goed samenwerken op thema’s met als doel aansluiting en afstemming tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Hierbij behouden we het onderscheidend karakter van alle scholen, zodat er voor de leerlingen genoeg smaken zijn om te kiezen zonder allemaal hetzelfde te doen (optimale diversiteit). Daarnaast willen we tegenwerkende structuren opheffen. Het gaat hierbij niet alleen om de vakinhoudelijke kant, maar ook algemene vaardigheden worden meegenomen (21st century skills, digitale geletterdheid). De doorgaande leerlijn moet geborgd worden. Al met al staan we voor een goede afstemming van het totaalonderwijs in de regio. 

Tactisch niveau: Hoe vullen we in
De leerling staat centraal. Om op de juiste manier handen en voeten te geven aan de visie is het belangrijk om de dialoog goed te organiseren. De projectgroep organiseert het overleg tussen primair en voortgezet onderwijs. Inmiddels zijn er werkgroepen in het leven geroepen, zijn er producten ontstaan, is er een actuele website en wordt er jaarlijks een POVO middag georganiseerd voor de achterban. Dit alles om in openheid van elkaar te leren.

Het bestuurlijk platform heeft in overleg een aantal thema’s geformuleerd die goed passen bij de visie:

  • Doorlopende leerlijn op de kernvakken (Engels, Nederlands, Wiskunde, Begrijpend Lezen).
  • Vernieuwend onderwijs; Kindgericht i.p.v. schoolgericht (21century skills).
  • Techniek in brede zin; maritieme techniek, food techniek, enz. (relatie MBO/ROC)
  • Burgerschap
  • Betekenisvol onderwijs
  • Plaatsing po-vo (vanuit de zorg en vanuit de verhoogde adviezen). Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden rondom de advisering.
  • Afstemming van de zorg (passend onderwijs) in de doorgaande lijn.

(uitwisselen en afstemmen met samenwerkingsverbanden PO-VO).

Dit geeft focus en zal resultaten brengen. Het werken met thema’s vraagt om een duidelijke jaaragenda en structuur in de organisatie (bijvoorbeeld het borgen van afspraken middels de PDSA-cyclus). 

Operationeel: Wat is nodig
Het overleg tussen projectgroep en bestuurlijk platform is essentieel. Dit houdt in dat de afgevaardigden van beide geledingen goed contact hebben met elkaar en dat daarnaast de projectgroep een belangrijke taak heeft om haar achterban goed te informeren. Borging van de producten blijft in deze een aandachtspunt.

Het is nodig dat het bestuurlijk platform meer bijeenkomsten per jaar zal beleggen dan in het verleden. Op deze manier zullen besluiten sneller genomen kunnen worden. Voorafgaand aan de bijeenkomst van het bestuurlijk platform heeft het projectgroeplid contact met zijn of haar bestuurder. Om de verbinding tussen projectgroep en bestuurlijk platform stevig te houden, komen de voorzitters van beide geledingen uit dezelfde organisatie. Het voorzitterschap wisselt iedere drie jaar tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Een extra aandachtspunt is passend onderwijs.

Het is de taak van de projectgroep om te signaleren en te adviseren richting bestuurlijk platform. De projectgroep mag pro-actief en stelliger zijn. In de praktijk is het zo dat de werkgroep met een voorstel komt en de projectgroep vervolgens een advies uitbrengt naar het bestuurlijk platform. In de nieuwe bezetting zullen vier deelnemers vanuit het primair onderwijs vertegenwoordigd worden binnen de projectgroep (2 x NOP en 2x Urk).

Aandachtspunten
1: afstemming vergaderdata bestuurlijk – projectgroep
2: voor iedere organisatie eerder/ veelvuldiger overleg tussen bestuurder en projectgroeplid.

 

Beleid vanuit de overheid

Scholen krijgen in Nederland meer ruimte om, binnen de door de overheid vastgestelde kaders, eigen keuzes te maken o.a. op het gebied van de kerndoelen en deze keuzes te verantwoorden. De kerndoelen staan het dus toe dat scholen en leraren op verschillende manieren met de inhoud van het onderwijsprogramma omgaan.

Via de kerndoelen wil de minister van OCW bereiken dat een doorlopende leerlijn wordt gerealiseerd van het primair onderwijs naar het VMBO, HAVO en VWO. (bron: SLO ‘Concretisering van de kerndoelen’)

De  vrijheid om op eigen wijze om te gaan met kerndoelen zorgt ervoor dat de bagage van de leerlingen, die vanuit het PO naar het VO instromen, kan verschillen. Het is een verplichting voor het PO en VO om met elkaar manieren te vinden om zodanig om te gaan met deze verschillen dat doorgaande leerlijnen gewaarborgd worden.

In 2007 heeft de overheid opdracht gegeven onderzoek te doen naar de situatie van het Nederlandse taal en reken- en wiskundeonderwijs. In januari 2008 was de eindrapportage van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen klaar (rapport Meijerink). In dit rapport wordt een analyse gegeven van de kwaliteit van het Nederlandse taal- en rekenonderwijs. Daarnaast worden heldere referentieniveaus in kaart gebracht met betrekking tot wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal/Nederlands en rekenen/wiskunde op de leeftijden van 12, 16 en 18 jaar. Deze referentieniveaus zijn verdeeld in basisdoelen en streefdoelen.

Per 1 augustus 2010 zijn de referentieniveaus inhoudelijk vastgesteld.

‘In de schoolloopbaan zitten een paar lastige ‘drempels’: overgangen tussen de verschillende schooltypen (basisschool, vmbo, mbo, havo, vwo, hbo, universiteit). De niveaubeschrijvingen moeten helpen soepel over die drempels te komen.

Het referentiekader voor taal en rekenen bestaat uit vier referentieniveaus. In deze niveaus onderscheiden we kwaliteiten: een fundamentele kwaliteit (F) en een streefkwaliteit (S). Deze acht kwaliteiten overlappen elkaar deels. Tussen de vier niveaus in het referentiekader is er sprake van overgangen. We noemen die overgangen drempels.

De systematische beschrijving van basiskennis en basisvaardigheden draagt bij aan soepele overgangen over deze drempels heen. De fundamentele kwaliteit 2F is een noodzakelijke kwaliteit voor het in algemeen opzicht goed maatschappelijk functioneren op het gebied van taal en rekenen. De beheersing van de basiskennis en basisvaardigheden die zijn beschreven bij deze kwaliteit zijn voorwaarden voor het functioneren als burger in de samenleving.’ (bron: www.taalenrekenen.nl  Min. OCW)

Organogram

 

povoorganogram

 

 

 

 

 

 

 

Taakomschrijving POVO projectgroep

Informatieverstrekking / communicatie:

  • Aanspreekpunt voor PO en VO;
  • Communicatie PO en VO verzorgen;
  • Het bestuurlijk platform POVO informeren en verantwoording afleggen.

 

Aansturen van werkgroepen

  • de projectgroep schrijft een opdracht voor de samen te stellen werkgroep;
  • de projectgroep gaat op zoek naar leden voor de werkgroep;
  • de werkgroep start haar werkzaamheden o.l.v. de projectgroep;
  • de werkgroep koppelt het resultaat terug naar de projectgroep;
  • de projectgroep zet het resultaat uit bij de organisaties;
  • de organisaties reageren naar de projectgroep;
  • de projectgroep koppelt de reacties terug naar de werkgroep;
  • de werkgroep bestudeert de reacties en brengt, desgewenst, wijzigingen aan;
  • de werkgroep koppelt het resultaat terug naar de projectgroep;
  • de projectgroep presenteert het eindproduct aan het bestuurlijk platform.

 

Overlegmomenten

  • De projectgroep komt vijf keer per jaar bij elkaar; in het startjaar zal dat frequenter zijn;
  • De voorzitter is twee keer per jaar aanwezig bij het overleg van het bestuurlijk platform;
  • Een afvaardiging van de projectgroep POVO is één keer per jaar aanwezig bij de verschillende werkgroepen.

 

Deelnemers
Drie personen uit het primair onderwijs (schooldirectieniveau) en zes personen uit het voortgezet onderwijs die alle aangesloten schoolorganisaties c.q. besturen in Noordoostpolder en Urk vertegenwoordigen (zie structuurovereenkomst PO-VO).

Bezetting per 1 augustus 2010

Primair Onderwijs:

Coby v.d. Meulen – Aves
Theo Oosterveld – Aves
Hilde Woort – Rehoboth (voorzitter)
Betty Lok – SCPO

 

Voortgezet Onderwijs:

Johan Schaak – Berechja College
Emmy Peursum – Emelwerda College
Christine Kooitje – Zuyderzee College
Mark Brijan – Bonifatius Mavo
Elizabeth de Velde – Vakcollege Noordoostpolder
Edward Eikelenboom – Aeres VMBO (lid)

 

Bestuurlijk platform:

Anne Leyenaar – Emelwerda College
Anne Leyenaar    – Berechja College
Ellen Kruize – Zuiderzeelyceum (incl Bonifatius Mavo en Vakcollege)
Anne Dijk – Aeres VMBO
– Aeres Praktijkonderwijs
– SCPO/AVES
Johan de Jong – Rehoboth

 

De Optimist, De Planthof en Pieter Zandt worden door de voorzitter van de projectgroep via de mail op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen (Pieter Zandt – Wim van Gent, Florion – Anneke Kranenberg)